Burgerparticipatie

In de jaren tachtig zei Margareth Thatcher dat er voor haar beleid geen alternatief was: There is no alternative. Die politieke mentaliteit is destructief: TINA is de dood in de pot voor de politiek. De essentie van politiek is dat er iets te kiezen valt. Ik ben meer gecharmeerd van de visie ven de filosofe Hahnah Arendt. Zij ziet politiek als een domein waar het gaat om het scheppen van mogelijkheden die er daarvoor niet waren. Politiek is niet de kunst van het mogelijke, maar de kunst om mogelijk te maken wat onmogelijk leek. Mijn ideaal is om van Cranendonck een dorp te meken van ongekende mogelijkheden, niet alleen voor de happy few, maar voor iedereen.

Een dorp van ongekende mogelijkheden voor iedereen klinkt als een droombeeld. Voor sommigen is het een aantrekkelijk droombeeld, voor anderen een utopie. Zij geloven er niet in. Ze zien ongelijkheid als een natuurverschijnsel. Sommige mensen hebben nu eenmaal pech. Of erger nog: ze denken dat succes de eigen verdienste is en falen ieders eigen schuld. Zo is het nu eenmaal. Als ik ergens een hekel aan heb, is het aan die woorden: zo is het nu eenmaal. Nee: zoals het is hoeft het niet te blijven.

Voor de toekomst van Cranendonck zie ik nog een veel belangrijkere tegenstelling. Een tegenstelling die fundamenteler is dan alle andere. Het is niet de tegenstelling tussen hoogopgeleid of laagopgeleid. Niet de tegenstelling tussen kansarm en kansrijk. Nee, de toekomst van Cranendonck wordt bepaald door de tegenstelling tussen Cranendonckers die denken ‘zo is het nu eenmaal ‘ en de mensen die denken ‘ zo mag het niet blijven’. Tussen Cranendonkers die hun schouders ophalen en de mensen die hun schouders er onder zetten. Tussen Cranendonckers die zeggen dat ze er niet over gaan en Cranendonckers die eropaf gaan.

Dat er meer maatschappelijke verandering mogelijk is dan cynici denken, wil niet zeggen dat de wereld als bij toverslag op zijn kop gezet kan worden. Om een verknipte wereld weer te hechten, is uithoudingsvermogen nodig. Een manier om dat te bewerkstelligen is om de burgers meer te betrekken, met andere woorden burgerparticipatie en burgerinitiatieven. Onze burgemeester is afkomstig uit een gemeente waar burgerparticipatie als oplossing voor veel problemen wordt gezien en de bestuurders zich goede verstaanders tonen die aan een half woord genoeg hebben. Op een inspiratieavond voor het burgerplatform in Budel-Schoot probeerde de burgemeester de intentie van burgerparticipatie en burgerinitiatieven uit te leggen, helaas bleven de feestmutsen en slingers in de kast. Een ordinaire bezuiniging was de conclusie.

Is burgerparticipatie dan zo simpel? Is het een kwestie van het honoreren van een initiatief van bewoners? Hoef je alleen de sleutels maar over te dragen? Nou , nee. Want dan krijgen de critici gelijk als ze zeggen dat het louter en alleen een bezuinigingsoperatie is. Als we werkelijk het gevoel van eigenaarschap terug willen brengen, zullen we radicaler moeten durven denken.

In het Verenigd Koninkrijk heeft men een aantal van deze radicale stappen durven zetten, onder meer als uitwerking van het door de conservatieve premier David Cameron gepubliceerde concept Big Society. Kerngedachte daarin is dat burgers in staat moeten zijn om zelf vorm te geven aan hun leven en hun gemeenschap. Dit impliceert veranderingen die je alleen kunt realiseren als je mensen daadwerkelijk toegang geeft tot het publiek eigendom. Dat is geen vrijblijvende zaak; dat behoren rechten van mensen, van gemeenschappen te zijn. Dus moeten verbanden van burgers het recht krijgen om in het publieke domein voorzieningen, gebouwen en terreinen te kopen, er op te bouwen, of in ieder geval geïnformeerd te worden over wat precies de exploitatiekosten van publieke voorzieningen zijn.

De regering Cameron heeft deze rechten vastgelegd in de Localism Act. Deze wet geeft burgers sinds eind 2011 daadwerkelijk het Right to challange-het recht om een publiek gebouw of een publieke dienst over te nemen als ( georganiseerde ) burgers kunnen aantonen dat ze het zelf beter kunnen doen. De wet, waarvan het effect pas in de loop der jaren zichtbaar zal worden maar die in het Verenigd Koninkrijk wel tot veel coöperatieve initiatieven heeft geleid verplaatst het eigenaarschap van onderdelen in het publieke domein van overheden, instituties en grote organisaties naar verbanden van lokaal georganiseerde burgers.

Zover zijn wij in het publieke domein in Nederland nog niet. Vreemd is dat niet, want Engeland kent eigenlijk niet het type welzijnsorganisatie zoals dit onder de voogdij van de Nederlandse verzorgingsstaat is ontstaan. Door de invoering van het right to challange zijn er inmiddels door het hele land vele honderden trust actief: wijkondernemingen, geleid door actieve buurtbewoners. Sommigen exploiteren vastgoed met een omzet van vele miljoenen. De opbrengsten daarvan worden naar de gemeenschap teruggesluisd voor bijvoorbeeld opleidingsprogramma’s, sportfaciliteiten of opvoedingsondersteuning. Andere trusts zijn bescheiden van opzet en beperken zich tot de exploitatie van een enkel gebouw.

Ook in Cranendonck zal er in de toekomst sprake zijn van een beweging waarin mensen elkaar steeds verder opzoeken op belangrijke levens terreinen , zoals wonen, verzekeren, opvoeden, en zorgen. Ze zijn de afhankelijkheid beu van grote anonimiserende instanties en nemen het heft in eigen handen. De vraag is hoe de overheid zich daartoe moet verhouden. Mijn suggesties zijn: 1. Niet dwarsbomen , 2. Faciliteren, 3. Stimuleren en verleiden, 4. Uitnodigen.

Op 26 mei staat de doorontwikkeling burgerparticipatie op de agenda van de commissievergadering. Ik ben zeer benieuwd of mijn mederaadslieden blijven denken in gerichtheid op systeemwaarden en plaats van gerichtheid op menswaarden.

Hennie Beliën

Zeventig Jaar

Alvorens de geheime vergadering over de benoeming van onze nieuwe burgemeester te openen deelde waarnemend burgemeester Henri de Wijkerslooth ons mede dat de notulen van deze vergedering zeventig jaar achter slot en grendel gingen. Pas dan mag het nageslacht weten wat er allemaal besloten is.

Zeventig jaar is en hele tijd. Ik raakte mij daarvan bewust toen ik wat kasten aan het opruimen was en daar een aantal fotoalbums tegen kwam en een doos met foto’s en agenda’s. Het was van mijn vader die ongeveer zeventig jaar geleden , op 18 jarige leeftijd , uitgezonden werd naar Indonesia. Op woensdag februari 1947 vertrokken vanuit Rotterdam met de Johan van Oldenbarneveldt en op zaterdag 18 februari 1950 , na Nederland te hebben gediend, ontscheept in de haven van Rotterdam staat er in de volgende agenda. Terug naar Buul staat er vervolgens.

Zou hij op dat moment er over nagedacht hebben hoe de wereld er zeventig jaar later zou uitzien en zijn zoon mede zou gaan beslissen wie de burgemeester van Cranendonck zou worden. Ik denk het niet , op dat moment was hij alleen bezig met overleven en niet met de toekomst. Boekdelen spreekt de herinnering aan de terugkomst van Tinus Beliën uit Indië in februari 1950 van het buurtschap de Toom. Een gedicht van 3 pagina’s waar mijn vader weer in de kring werd opgenomen.

Zelf heb ik ook mijn land mogen dienen en kan ik mijn dienstfoto’s bijna naadloos op die van mijn vader leggen. Allemaal lachen maar innerlijk diep ongelukkig Van mijn dienstplicht , vervult in het Duitse Seedorf , heb ik overgehouden dat ik grote moeite heb met hiërarchie zeker als men deze denkt af te moeten dwingen door het verhogen van het aantal geproduceerde decibellen, iets wat in het leger meer regel dan uitzondering is.

In 2088 komen dus de notulen vrij van de geheime vergadering inzake de benoeming van Roland van Kessel. Het is een hele zit maar is zou er zeker op wachten want ze zijn zeer de moeite waard. Maar ik zou ook zeker aandacht hebben voor de nabije toekomst. Het lijkt allemaal vanzelfsprekend dat er geen oorlogen meer zijn en een zorgeloos bestaan gegarandeerd is. Ik kan jullie verzekeren dat dit niet zo is.

Over onze nieuwe burgemeester kan ik , zonder de geheimhoudingsplicht te schenden , wel zeggen dat ik het een toffe peer vind. Misschien wel het meest tastbare verschil met zeventig jaar geleden toen de burgemeester nog moest worden aan gesproken als een “hoogedelachtbare toffe peer “.

Hennie Beliën